nov 072007
 

Als je haar voor de eerste keer ziet dan weet je niet beter of je staat oog in oog met een prachtige jonge meid waar niks mis mee is. Zo willen we er allemaal wel uitzien! Als ze zich gaat bewegen dan zie je tot je schrik dat de linkerkant van haar lichaam gehandicapt is en dat ze moeilijk loopt. Ook haar arm doet het niet. Als ze gaat praten en je leert haar beter kennen dan weet je dat er ook in haar hoofd van alles mis is. Geen korte termijngeheugen. Pas als dingen zich vaak, heel vaak, herhalen dan blijft het hangen. Zaken van een kwartiertje geleden worden als vanzelf van de harde schrijf gewist. Wat ze in de jaren hiervoor geleerd heeft is er allemaal nog. Frans, Duits, Engels, de grappen rollen met gemak uit haar brein maar je naam is ze even kwijt.
Iedere week doen we samen boodschappen voor de hele groep waar ze haar dagen nuttig probeert door te brengen. Een klein feestje dat boodschappen doen. Ze weet inmiddels wie ik ben en wat we gaan doen. Waar de supermarkt is? Geen idee. Wat we daar gaan kopen? Ook geen idee. Ze vindt het allemaal prachtig. Ze is druk en heel luid van stem. Niet iedereen kan dat waarderen. Ik wel. Ik lach me rot met die meid. Onderweg naar de supermarkt groeten we alle lantarenpalen en zwieren om ongelukkig geparkeerde auto’s heen. De buschauffeur stopt om ons te laten oversteken en ze wil, kost wat kost, de man even persoonlijk bedanken. Zoals zoveel mensen greinst de man in mijn richting met een blik van verstandhouding. “Je zal maar zo’n kind hebben” zie je ze denken. In de supermarkt aangekomen stuur ik haar in de richting van alle vakken waar we iets uit gaan plukken. Ze vindt alles best. Bij het beleg wil ze iedere week weer een paar pakjes rosbief meenemen. Eindelijk, na een aantal maanden, weet ze al: “Te duur.” Dat doen we dus niet. Deze week moeten we ook jam. Aardbeienjam. “Wat zeg je Cornette?” gilt ze keihard door de grootgrutter “moeten we aambeienjam? Aambeienjam? Aambeienjam?”

Ze giert het uit en ik lig inmiddels dubbel in het vak met ontbijtkoek. Dankbaar dat onze lieve Heer ooit de Tenalady heeft uitgevonden.
Bij de kassa aangekomen leggen we alles op de band. Zij weet echter een snellere manier. Je pakt de zooi uit je karretje en je brengt dat rechtstreeks naar je eigen boodschappenwagen. Veel sneller! De juffrouw achter de kassa kan er niet om lachen. Ik wel. Ik lig alweer in de bak met kassakoopjes. Bij het inpakken van ons eigen boodschappenwagentje volgt weer een giermoment. Als het wagentje vol is hebben we nog twee of drie broden over. Daarom heb ik ook wat plastic tasjes meegenomen. Ze ziet daar absoluut het nut niet van in en stampt de broden met de kracht van een nijlpaard in de tas. Plat als een dubbeltje maar “het past toch?” Met zo’n meid is één tenalady niet genoeg.
We zwieren met al onze boodschappen terug naar de basis. Onderweg lonken we naar mooie jongens en leveren op alles commentaar.
Wat nog nooit een werkgever uit het verleden gelukt is lukt haar met gemak.
Iedere maandag is een feest.

Print Friendly, PDF & Email
Leuk? Delen dan:

 Geef een reactie

Je kan deze HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong> gebruiken

(required)

(required)

*